Blog

‘Dankzij goede samenwerking tussen festivals en bedrijfsleven kunnen we Amersfoort nog mooier maken’

Amersfoort is rijk aan culturele festivals. Jazz, Latin, klassiek, elektronisch, wereldmuziek, pop, straattheater, dans, beeldende kunst: het komt allemaal aan bod in vernieuwende vormen. De evenementen geven kleur aan de stad, trekken bezoekers uit binnen- én buitenland en dragen bij aan een levendig klimaat waarin mensen en bedrijven zich graag vestigen. Een rondetafelgesprek met vijf festivalorganisatoren over die aantrekkingskracht. ‘Amersfoort zit in een heel dynamische fase en festivals spelen daarin een belangrijke rol.’

De ambiance mag er zijn op deze woensdagochtend in Flint, de Amersfoortse theatertempel. Vijf festivalorganisatoren komen samen rond een tafel in het door rood omgeven hart van de AFASzaal, tussen het podium en de theaterstoelen in. De spotlights staan aan, de microfoons werken. Het is tijd om over hun gedeelde passie te praten: de Amersfoortse festivals.

Een voorstelrondje ter introductie, met de klok mee. Alexander Beets trapt af. ‘Ik ben festivaldirecteur van het 43 jaar oude Amersfoort World Jazz Festival. In mijn optiek het mooiste jazzfestival van Nederland en Europa, maar ik ben dan ook enigszins gekleurd. We noemen ons Musician’s Paradise, want het gaat om muziek, muzikanten en jazz in de brede zin van improvisatiemuziek. En dat presenteren we normaal gesproken aan een doelgroep van zo’n 85.000 bezoekers.’

Door naar Jolien Klaarenbeek van Dias Latinos. ‘Dias is hét Latin en Caribisch festival van Nederland en bestaat 25 jaar. Het eerste weekend in juli in Amersfoort is van Dias Latinos. Dan spettert de stad van de Latin en Caribian muziek. We hebben een nieuwe artistiek leider, Lucas van Merwijk, die de ambitie heeft om Dias Latinos internationaal op de kaart te zetten. Dus watch us, zou ik zeggen.’

Haar buurvrouw is Floor Visser, producent van Amersfoort World Jazz Festival en dus collega van Beets. ‘Ik ben ook nog betrokken bij heel veel andere evenementen in de stad en ken iedere stoeptegel hier.’

Daarnaast zit Alfred Konijnenbelt, artistiek leider van Spoffin. ‘Spoffin is een festival voor straat- en locatietheater dat, staand op de schouders van haar voorgangers, 32 jaar bestaat. Het is een festival met een heel open sfeer, iedereen kan ernaartoe. Spoffin is feestelijk, vrolijk, zomers en het enige theaterfestival in de Amersfoortse publieke ruimte. Daarmee is het heel beeldbepalend. Het wordt altijd goed bezocht met zo’n 35.000 tot 40.000 bezoekers, waarbij ook de hotels, restaurants en terrassen lekker vol zitten, dus Spoffin doet goed voor de stad.’

Komen we bij Roland Spekle, zakelijk leider van September Me. ‘Een festival voor klassieke muziek en veel meer, dat is September Me. We beleven dit jaar onze vijfde editie, dus September Me is een relatief nieuwe loot aan de stam van Amersfoortse festivals. We streven naar vernieuwing in klassieke muziek, koppelen die muziek aan andere disciplines als theater en dans, waardoor je meer openheid en verbinding krijgt. We richten ons op musici met frisse ideeën, bijvoorbeeld muzikanten van niet-westerse komaf of met een achtergrond in jazz- of popmuziek. We streven naar verbreding van het idioom, omdat we vinden dat de klassieke traditie herkenbaar maar zeker ook van nu moet zijn.’

Een mooie afvaardiging van de Amersfoortse culturele festivals bij elkaar, klaar om van wal te steken. Gespreksleider Thijs Tomassen schotelt ze de onderwerpen en vragen voor.

Wat betekenen festivals in essentie voor de stad Amersfoort?

Konijnenbelt: ‘Festivals dragen, nóg meer dan schouwburgen en concertzalen waar ook heel mooie dingen gebeuren, enorm bij aan het culturele profiel van de stad. Juist omdat ze zo open en zichtbaar zijn voor iedereen. Dat nodigt mensen uit deel te nemen aan en onderdeel te zijn van dat culturele feest.’

Klaarenbeek: ‘De toegankelijkheid is inderdaad heel belangrijk. Dat je geen kaartje hoeft te kopen en er gewoon naartoe kunt. Dat maakt dat we een breed publiek bereiken, dat kennis kan nemen van allerlei vormen van theater, dans, muziek. Dat verrijkt en geeft kleur aan de stad. Het zorgt voor diversiteit op allerlei fronten.’

Konijnenbelt: ‘Vernieuwing is ook een grote factor. Festivals zijn heel goed in experimenteren en cross-overs maken. Daarmee kom je verder en bouw je aan imago. September Me is een perfect voorbeeld, dat festival heeft klassieke muziek van haar stoffige imago ontdaan. Vernieuwen doen wij allemaal met onze festivals. We trekken ons publiek vooruit, zonder dat we vier stappen voor de muziek uitlopen.’

Spekle: ‘Festivals zijn er om juist datgene te presenteren wat in zalen niet gepresenteerd wordt. Wij zijn er om heel bijzondere programma’s neer te zetten die je het hele jaar niet ziet, met aanstormende en gevestigde artiesten uit de hele wereld. Daarmee zijn we in staat om lokaal, nationaal en zelfs internationaal mensen naar de stad te trekken. Zo zetten we Amersfoort echt op de kaart.’

Beets: ‘Als je het hoog-over aanvliegt: het cultureel klimaat is enorm bepalend waar je gaat wonen. Dat staat in de top 5 van doorslaggevende factoren. In die zin is het heel interessant te zien dat Amersfoort een enorme groeispurt doormaakt; de stad is inmiddels nieuw-Randstedelijk. Daar horen ambities bij, zoals dat het cultureel klimaat moet meegroeien. Als festivals zijn wij de vooruitgeschoven post om het gezicht van het Amersfoortse cultureel klimaat buiten de provincie te bepalen en vorm te geven.’

Spekle: ‘Amersfoort groeit en het culturele aanbod wordt steeds professioneler, diverser en onderscheidender. Dat onze festivals zoveel mensen uit het hele land hiernaartoe trekken, doet veel met de zichtbaarheid van Amersfoort als stad. Ze komen voor de festivals, maar ontdekken tegelijkertijd de stad. Ze overnachten, gaan naar een museum, dineren bij een restaurant. Dat zorgt weer voor economische impulsen. Er zijn steeds meer redenen om naar Amersfoort te komen. Dat doet veel met het profiel van de stad. Er is een ontzettend fijn vestigingsklimaat dat het voor mensen aantrekkelijk maakt om hier te gaan wonen. Amersfoort zit in een heel dynamische fase en festivals spelen daarin een belangrijke rol.’

Er gebeurt al veel in Amersfoort, het festivallandschap is divers. Wat is de meerwaarde daarvan?

Beets: ‘Er gebeurt ontzettend veel en daar zijn we heel trots op. Het is waarvoor we strijden. We hebben het over de Amersfoortse culturele festivals, dat is geen biertje en een bitterbal, hè? Wij brengen cultuur als onderdeel van de samenleving, met kunstvormen die verbinden. Plat gezegd: je kunt Trijntje Oosterhuis ook boeken zonder jazzfestival, dan staat de Hof evengoed vol. Dat is weekendvulling. Maar juist die andere kant is mooi. 5.000 bezoekers van Amersfoort Jazz zullen zeggen: ik ben jazzliefhebber. Maar die andere 95 procent? Dat zijn niet de fanaten, maar die zeggen na afloop wel: wat hebben we een mooie tijd gehad. Zieltjes winnen, dat doen we.’

Spekle: ‘Het Amersfoortse festivalaanbod is inderdaad divers. Neem Musica Mundo, opgezet door Hassan Elammouri van stichting ArteGanza. Dat heeft zijn wortels in de wereldmuziek en velerlei culturen. Hij presenteert dat heel toegankelijk, met optochten door de stad en podia in de openlucht. Daarnaast heeft hij ook een concertenreeks in theater De Lieve Vrouw. Hassan is een onvermoeibaar pleitbezorger van wereldmuziek en muziek uit niet-westerse culturen en staat heel erg open voor samenwerking. Het maakt Amersfoortse inwoners met een niet-westerse achtergrond zich verbonden voelen met de stad. Dat ze het centrum van Amersfoort bezoeken om optredens te bewonderen, een drankje te drinken en mensen te ontmoeten. Connecting cultures, dat is wat ArteGanza doet.’

Beets: ‘Een andere partij die bijdraagt aan diversiteit is Kultlab. Dat zijn de jonge honden. Jongens die heel fris kunnen denken en het heel goed doen. Kultlab is al ruim tien jaar in staat om ongelooflijk veel jongeren te mobiliseren en te enthousiasmeren voor populaire festivals als Into the Woods, Wildeburg en Lepeltje Lepeltje. Jongeren die openstaan voor experiment en culturele verrijking, dat vind ik mooi. Ze laten zien dat ook jongeren verrast willen worden met cultuuruitingen door veel combinaties te maken, zoals beeldende kunst, streetart en muziekuitingen.’

Klaarenbeek: ‘Vergeet ook het Smartlappenfestival niet. Het landschap is zo ontzettend breed en daarmee heel veel mensen bedienend. We mogen buitengewoon trots zijn op het Amersfoortse festivalaanbod.’

Amersfoort staat ook bekend als kraamkamer van talent in de festival- en evenementenwereld, zowel op de podia als achter de schermen. Hoe komt dat? En hoe bind je die talenten?

Konijnenbelt: ‘Amersfoort is inderdaad een broedkamer van festivalmakers en -talent. Kijk op De Parade, het theaterfestival dat niet voor niets haar roots in Amersfoort heeft. Daar werken nog altijd Amersfoorters aan mee. Bij Oerol kom je heel veel Amersfoorters tegen, voor en achter de schermen. Op Lowlands, Noorderslag, ga zo maar door. En bijna iedereen is als vrijwilliger begonnen. Als je dan een doorstart maakt naar professioneel werk, weet je heel goed hoe het is om uit de klei te komen, hoe hard je ervoor moet werken. Dat komt een beetje door de schrale grond die we financieel in Amersfoort hebben. Er zijn veel talenten opgestaan en het zelf maar gaan doen.’

Visser: ‘Het gaat om ontwikkeling. Je begint eenvoudig als vrijwilliger en krijgt de ruimte om te ontdekken wat je leuk vindt. Er zijn verschillende motivaties om binnen te komen in deze wereld. Niet om er rijk van te worden, maar bijvoorbeeld om sociale contacten en vaardigheden op te doen. Wij stimuleren mensen daarin, zodat ze vinden wat ze leuk vinden en doorgroeien. Ik werk bijvoorbeeld met een afgekeurde autosloper. Die wist niet wat te doen in het leven, kwam bij een evenement achter de bar te werken, kreeg sociale contacten en is nu een ontzettend goede verpleegkundige én stagemanager. Heel mooi dat festivals dat extra zetje geven om de volgende stap te zetten in hun leven.’

Konijnenbelt: ‘Alle festivals hier aan tafel hebben talentontwikkelingsprogramma’s. We willen die graag uitbouwen, bijvoorbeeld door talentvolle groepen mensen de opdracht te geven iets nieuws te ontwikkelen binnen een festival. Het is heel interessant om zo makers te binden, want Amsterdam is heel dichtbij.’

Beets: ‘Amersfoort groeit. Dat betekent dat je een goed makersklimaat moet hebben zodat niet iedereen uitvliegt. Er moet een podiuminfrastructuur komen, er moeten productiehuizen bij voor klein experiment, zodat er ruimte is om te groeien. De festivals groeien mee met de stad, overigens ook met de diversiteit in de stad en de verschillende kleuren die er zijn, maar tegelijkertijd moet er een infrastructuur zijn om die kraamkamer voor talentontwikkeling te zijn. Daar zie ik nog gaten zitten. Er moet een mindshift komen bij de politiek: dit is front row, daarin moeten we investeren, in plaats van kan het een dubbeltje minder.’

Minstens zo belangrijk is de samenwerking met ondernemers uit andere branches, zowel lokaal als landelijk. Hoe kijken jullie daarnaar?

Beets: ‘Er zijn allerlei bedrijven die festivals sponsoren. Die zeggen: jou vind ik leuk, jou wil ik laten groeien. Op die manier moeten we bezig zijn. Met onze festivals bieden wij een infrastructuur om als stad te groeien op cultureel niveau. We bieden een representatief podium, een nationaal en zelfs internationaal uithangbord: kijk eens hoe divers, leuk en aantrekkelijk Amersfoort is! Dat moet je als zakelijke partij meenemen, maar dat is niet vanzelfsprekend. Daar loop ik tegenaan. Amersfoort heeft veel gratis festivals. Dat betekent heel concreet dat niemand de vraag stelt: maar hoe wordt de artiest dan betaald? Behalve wijzelf. Die vrijblijvendheid en vanzelfsprekendheid kan omgevormd worden tot een soort propositie waarbij je het als ondernemer doet voor de stad, talentontwikkeling en misschien wel voor je eigen bedrijf. Ik weet zeker dat je er een verhaal bij kunt maken waardoor we allemaal kunnen groeien.’

Visser: ‘Als je lokaal kijkt naar de samenwerking met de plaatselijke horeca, dan is die anders dan voorheen. Vroeger was de horeca hartstikke blij met een event, want dat leverde serieus geld op. Dat was in de tijd dat de binnenstadspleinen nog vooral parkeerplaatsen waren. Nu staan daar de terrassen van de horeca en die zitten ook zonder event vol. Dan gaat het om de vraag: wat is de waarde van een festival? Dat is een ander gesprek. De horeca is heel goed in het bieden van hospitality aan onze gasten. Ik weet zeker dat veel van de bezoekers denken: wat zit ik ontzettend fijn op dit terras, we zijn goed geholpen en hebben lekker gegeten. Die komen graag nog eens terug. Zo wordt de lokale horeca ontdekt. Ik moet terugdenken aan de lockdown, de hele binnenstad leeg. Dan besef je eens te meer: de horeca en evenementen hebben elkaar heel erg nodig. Die geven samen kleur aan de binnenstad, zorgen voor leven. Zelfde geldt voor hotels. Ik was laatst tijdens Amersfoort Jazz last-minute op zoek naar een kamer voor twee technici die ergens moesten slapen. Vol, vol, vol. Ook de hotels varen er wel bij.’

Beets: ‘Kijk eens wat een waarde festivals hebben voor citymarketing. Alle festivals hier aan tafel hebben een zwaar bovenregionale waarde. Als wij heel veel mensen naar de stad brengen, naar hotels en horeca, naar parkeerservice, noem het hele brede pallet van stakeholders maar op, dan is ook de stad spekkoper. Het is de kunst om daar als cultureel festival een zakelijke propositie voor te vinden. Anders dan ‘voor wat hoort wat’ moeten bedrijven daar maatschappelijk verantwoord ondernemen inzien; ze kunnen hun betrokkenheid tonen bij de stad.’

Spekle: ‘Ik vind het mooi om te zien dat er een enorme ontwikkeling gaande is in professionalisering in Amersfoort. Festivals spreken elkaar, werken samen, delen kennis en inspiratie. Tegelijkertijd zien we bijvoorbeeld hoe ze bij productiehuis Kosmik talent programmeren. We leren van elkaar en dat zorgt voor dynamiek. Ik zie ook steeds meer samenwerking ontstaan tussen festivals en bijvoorbeeld musea in de stad. Wij zijn podiumkunstenfestivals, dus we zijn ook verwant aan beeldende kunst. Festivals zijn niet alleen een haakje om hotels en biertjes te verkopen; festivals draaien om artistieke kwaliteit en vernieuwing. We willen iets bijzonders laten zien.’

Konijnenbelt: ‘Wat vooral belangrijk is: festivals moet je in hun eigen culturele waarde laten en niet hun authenticiteit aantasten. Dan kunnen we heel goed samenwerken. Laat Amersfoortse festivals maar zo hoog mogelijk vliegen, dan trekken we stad en bedrijfsleven mee.’

Ook Citymarketing Amersfoort bundelt haar krachten met die van de lokale festivals. Hoe waardevol is dat?

Spekle: ‘Ik voel dat er beweging ontstaat tussen de festivals en de gemeente en Citymarketing Amersfoort. Ze zien de kwaliteit van de festivals. Waar Amersfoort voorheen een beetje naar binnen was gericht, kijkt de stad nu veel meer naar buiten, om haar heen, naar bezoekers uit het hele land en de rol die we gezamenlijk kunnen vervullen als cultuurstad.’

Beets: ‘Het was even zoeken. We hebben eerst een inhoudelijke dialoog met elkaar gevoerd: wat vervullen die festivals voor functie? Die zijn het hele jaar door vlaggenschip, niet slechts weekendvulling. De laatste zeven jaar zijn we echt goed op weg met Citymarketing om bovenregionale impact te maken. We voeren meer en meer gezamenlijk campagne en zorgen ervoor dat de propositie voor Amersfoort superinteressant wordt, gericht op mensen die zich cultureel willen laten uitdagen in brede kunstdisciplines. We hebben al stappen gezet en ik verheug me op de uitdaging hoe we samenwerking kunnen laten landen in nog meer zichtbaarheid, landelijk en internationaal, en nog meer impact en beleving van de stad. Zodat mensen zeggen: wat is Amersfoort een leuke stad, man!’

Konijnenbelt: ‘Ik zie die positieve werking ook. Citymarketing kan een goede partner zijn. Ik neem graag Deventer als voorbeeld. Zij profileert zich als culturele stad en dat legt haar geen windeieren. Deventer heeft het jaren geleden al heel goed aangepakt door vier events groter te maken en die massaal te steunen. Met drie van de vier is dat volkomen gelukt; Deventer komt daarmee op de voorpagina’s, in de journaals, elk jaar weer. Dat hefboomeffect moet hier ook kunnen. Natuurlijk is het preken voor eigen parochie, maar ik denk dat festivals het laaghangend fruit zijn. Door die te steunen kun je relatief makkelijk stappen zetten op cultureel gebied.’

Van Merwijk (die Klaarenbeek heeft afgelost): ‘Ik geloof in kwaliteit. En dan is geld ontzettend belangrijk. Zonder budget kan je van alles willen, maar dat gaat niet werken. Ik weet zeker dat het een enorme boost geeft aan de stad. Ik ben naar Amersfoort teruggekeerd voor Dias Latinos, omdat ik geloof in de potentie. Er is nog een hoop te winnen, maar deze stad heeft alles in zich om dat te verwezenlijken. De ligging van de stad, het historische centrum met haar pleinen, de mooie festivals. Het gaat hier volop bruisen als straks alles weer mag.’

Konijnenbelt: ‘Kwaliteit, daar moet je je op richten. Ik hoop oprecht op een heel goede samenwerking, ook met het bedrijfsleven. Want daarmee kunnen we de stad mooier maken. We zijn op de goede weg, maar we kunnen nog veel meer.’

 

Amersfoort de stad voor uw onderneming?

Ontdek in 5 mails waarom Amersfoort misschien wel de beste vestigingsplek voor uw bedrijf is (stopt automatisch).

Lees meer >

Niks missen?

Meld u dan aan voor de wekelijkse nieuwsbrief met het belangrijkste nieuws uit Amersfoort voor ondernemers via onderstaand formulier.

Meld nu aan!